Zakelijke gegevens van de stageschool:

Er is een rijke hoeveelheid aan informatie te vinden op de site, die goed weergeeft waar de school voor staat. Ik kan het mij voorstellen dat er ook mensen zijn die deze manier van onderwijs vaag of verwarrend vinden. Als ik het objectief probeer te bekijken (en dat is moeilijk als ex-leerling) is dat deels waar, je moet het eerst ervaren voordat je er over kan oordelen! Want ik kan als ex-leerling van de Vrije school zeggen, dat het een bijzondere school is waar zelfs moeilijke leerlingen (zoals ik) een plek krijgen. Op cultureel en sociaal vlak, vind ik dat zij ook een stap voor zijn dan op andere scholen. De niveaus zijn gemengd (waardoor minder goede leerlingen zich kunnen optrekken aan de goede leerlingen) en er word veel aandacht besteed aan andere culturen waardoor je een beter wereld beeld krijgt en dit is weer ten goede voor het veroordelingsvermogen.

Gegevens van de stageschool
Naam : Vrije school Karel de Grote college

Adres : Wilhelminasingel 13-15 6524 AJ Nijmegen

tel.nr. : 024 3 820 460

Naam van de rector : Pinksteren

Stagecoördinator : Gerda Fransman

Schoolsignatuur : 

Het Karel de Grote College is een vrijeschool, een school voor voortgezet onderwijs waar gewerkt wordt vanuit antroposofie. Dat wil zeggen dat men zich bewust wil worden wat “het mens-zijn” betekent. Antroposofie is ontwikkeld door de filosoof Rudolf Steiner (1861 – 1925), die heeft meegewerkt aan de oprichting van de eerste Nederlandse vrijeschool in 1923 te Den Haag.
We streven in de opvoeding naar een zo breed mogelijke ontwikkeling van menselijke vermogens. Dan gaat het zeker niet alleen om het verwerven van kennis, maar vooral ook om ontwikkeling van gevoel voor het sociale en het kunstzinnige en om het verkrijgen van ambachtelijke en technische vaardigheden. Hiermee wordt een stevige basis gelegd voor het latere leven en voor het functioneren in de maatschappij. We gaan ervan uit dat ieder met het leven een eigen bedoeling heeft en er innerlijk vrij naar wil streven om die waar te maken. Opvoeding moet daarbij ondersteunen. Dat vereist vakkennis natuurlijk, maar vooral ook inzicht in de verschillende levensfasen van de jonge mens en het vermogen om waar te nemen wat elk kind aan mogelijkheden in zich draagt. Vrijeschoolouders hoor je dan ook vaak zeggen: mijn kind wordt gezien!

Inleiding vrijeschoolonderwijs

In de menselijke levensloop kunnen we ontwikkelings- en levensfasen onderscheiden. Opvoeding en onderwijs zijn daarop afgestemd. Schematisch zijn die perioden in te delen in perioden van telkens zeven jaar. De eerste fase is die van 0-7 jaar. De tweede die van 7- 14 jaar, de derde van 14 -21 jaar enz. In zijn algemeenheid brengen die fasen, of gevoelige perioden, bepaalde wetmatigheden, kwaliteiten en vermogens met zich mee, die een eigen aanpak vragen voor een optimale ontwikkeling. Elk individu en elke periode vragen daarbinnen om een eigen nuancering. In de periode van 0-7 jaar bijvoorbeeld wordt het kleine kind in de taal onderscheiden in baby, dreumes, peuter en kleuter. Tegenwoordig is men geneigd om aan deze algemene onderscheidingen geen aandacht te schenken, en zich te richten op louter individuele verschillen. Toch ervaren wij het als zinvol om in opvoeding en onderwijs niet alleen in te gaan op de grote individuele verscheidenheid, maar ook te blijven differentiëren op grond van leeftijd en ontwikkelingsfase. Het is om die reden dat wij spreken van een kleuterfase (leeftijd 4- tot 6-jarigen) die wordt gemarkeerd door “schoolrijpheid”, van een onderbouw (7- tot 14-jarigen) en van een bovenbouw tussen “puberteit” en “volwassenheid” (14- tot 18-jarigen).

Opvoeden tot vrijheid

Door alle jaren heen wordt gestreefd naar evenwichtige ontwikkeling van het denken, van het gevoelsleven en van het wilsleven. Al naar gelang de ontwikkelingsfase zal de nadruk meer komen te liggen op de ontwikkeling van de motoriek (o.a. bewegingszin), de ontwikkeling van het gevoelsleven als basis voor het sociale en het kunstzinnige, en de ontwikkeling van een onbevangen denk- en oordeelsvermogen in de derde fase. Opvoeding en onderwijs moeten zo de basis leggen voor innerlijke vrijheid, verantwoordelijkheid en moraliteit. De pedagogische houding en de werkwijze worden in hoge mate bepaald door de mens- en ontwikkelingsvisie, zoals die is neergelegd in de antroposofie. Maar antroposofie is een inspiratiebron van volwassenen en we vinden het onjuist als dat aan leerlingen wordt overgedragen in de vorm van leerstof. Dat is een consequentie als je tot vrijheid wil opvoeden.

Pedagogie als kunst

Het woordje “vrij” in de naam vrijeschool slaat niet op het vrij laten van het kind. Er wordt mee bedoeld: de pedagogische visie in vrijheid kunnen realiseren en ontlenen aan wat bij de kinderen aan vragen wordt waargenomen. Centraal staat de persoonlijke ontwikkelingsweg van elk individueel kind. De ontplooiing van zijn sociale, kunstzinnige en ambachtelijke vermogens is daarin even belangrijk als de ontwikkeling van zijn intellectuele vermogen. De factoren “milieu waarin je opgroeit” en “erfelijkheid” spelen een rol in het leven van een kind. Maar de vrijeschoolleerkracht houdt vooral rekening met het kind zelf, dat niet gezien wordt als een “onbeschreven blad”, maar als een mens met eigen talent, een eigen voorgeschiedenis en individualiteit. Pedagogie is de kunst van het herkennen wat kinderen aan verborgen strevingen met zich meebrengen en de kunst om een klimaat te scheppen waarin kinderen zich kunnen ontplooien. Daarom volgen en beschrijven de vrijescholen de prestaties en de ontwikkeling van elk afzonderlijk kind gedurende het hele schooltraject (basis- en voortgezet onderwijs).

Blijvende ontwikkeling als doel

Een kind komt op school om bepaalde dingen te leren, zodat hij later goed “toegerust” zijn plaats in de maatschappij kan vinden. Maar er valt niet precies te voorzien hoe die maatschappij eruit zal zien en om welke toepasbare kennis wordt gevraagd. Daarom leggen de vrijescholen veel nadruk op eigenschappen die voor de leerling van belang zijn om zich later blijvend te willen en te kunnen ontwikkelen. Het leerplan van de vrijeschool is zo opgebouwd dat alle vakken in hun onderlinge samenhang deze ontwikkeling ondersteunen. Intellectueel, creatief, ambachtelijk en sociaal wordt het kind uitgedaagd om zijn persoonlijkheid te ontplooien. Leerstof is daarbij altijd middel en ontwikkeling het doel.
De door de overheid vastgestelde kerndoelen voor basisschool en basisvorming worden daarom niet gehanteerd als einddoelen, maar als tussendoelen in het perspectief van het eigenlijke doel: de ontwikkeling van de leerling. Omdat het leerplan ontwikkelingspsychologische motieven volgt, wordt bewust uitgegaan van leer- en vertelstof die niet alleen wat de inhoud aangaat soms kan afwijken van wat elders gebruikelijk is, maar ook wat het tijdstip van aanbieden betreft: op een jon ger e of juist op een latere leeftijd.

Hoofd, hart en handen

Natuurlijk moeten kinderen leren rekenen en schrijven, omgaan met de computer, les krijgen in vreemde talen, in aardrijkskunde en geschiedenis, en kennis maken met vakken als wiskunde, scheikunde en biologie. Hiermee leggen ze een basis voor hun toegang tot hoger onderwijs en beroepsvoorbereiding. Daarnaast krijgen ze op de vrijescholen een omvangrijk aanbod aan kunstzinnig en ambachtelijk onderwijs. Vakken als schilderen, muziek, toneel, handenarbeid en euritmie (bewegingskunst) zijn niet alleen bedoeld om de creativiteit te stimuleren. Ze dragen ook bij aan een brede en evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling. Of, zoals het ook wel wordt genoemd, aan de ontwikkeling van hoofd (verstand), hart (gevoel) en handen (daad- en scheppingskracht).

Bekijken van het lokaal:


Observatie in de lessen:

STAGE DAG 1:

21-03-2012

10.45 t/m 12.45

Mijn stage coördinator heet Gerda Fransman en zij gaf vandaag ook les in grafiet tekenen d.m.v. een raster. Bij aanvang van de les gaven alle leerlingen een handje aan de lerares, een gebruik die typisch is voor de vrije school.

Nadat alle leerlingen hun spullen hadden gepakt besprak Gerda de planning en nog enkele technieken in het tekenen. Hierna ging iedereen aan de slag en ging Gerda rond lopen om vragen te beantwoorden en om te bespreken wat er beter kon.

Casus 1: Een leerling doet lang over de opdracht, Gerda vertelt de leerling dat zij niet te veel in details moet treden omdat er niet genoeg lessen zijn tot de nieuwe opdracht. Leerling zwijgt instemmend toe.

De klas is gezellig druk maar er werd tegelijkertijd hard gewerkt.

Casus 2: Leerling heeft de tekening te licht opgezet, Gerda laat de tekening van een afstandje zien en zegt wat eraan scheelt, leerling snapt het en zegt dat hij de vlinder niet goed ziet waarop Gerda beantwoord dat de achtergrond donkerder moet.

Casus 3: Leerling staat in de klas met kneedgum te gooien, Gerda waarschuwt de leerling waarna de leerling stiekem verder gooit.

Er waren enkele leerlingen eerder klaar met de opdracht en Gerda besprak alvast met hun de nieuwe opdracht. 5 Minuten voor afloop van de les ging men gezamenlijk opruimen, taken waren al verdeeld en iedereen wist wat hij/zij moest doen. Hierna verliet men het lokaal weer door Gerda een hand te geven. Er bleven nog een paar leerlingen over voor de klassendienst, dit betekende dat zij moesten vegen, tafels recht moesten zetten en stoelen op de tafels moesten zetten. Hierna heb ik Gerda nog wat vragen gesteld:

Organisatie:

– het schoonhouden van het lokaal, hoe word dat geregeld?: Gerda:”Wij hebben klassendienst die alfabetisch word afgewerkt per week van de klassenlijst”.

– Wat vind je organisatorisch het belangrijkst?: Gerda:”Duidelijkheid en kleine stapjes nemen, mijn valkuil is dat ik te veel weg geef”.

– Waar kunnen leerlingen hun werk exposeren?: Gerda:”Wij hebben vitrine kasten in de hal en wij hebben sinds kort prikborden aan de muur in het teken lokaal, wij hebben er zelfs eentje op de 2de verdieping”.

Materialenlijst:

Inkt, ecoline, aquarelverf, schildersblouse, drukrollers, drukinkt, drukpers, etsmateriaal, verschillende maten papier, ijzeren linialen, stenley messen, bindmiddel, lijm, kwasten, bak met allerhande, zeep, sponsjes, linoleum platen, gutsen, radio.

STAGE DAG 2:

28-03-2012

08.45 t/m 12.00

Gerda gaf opnieuw les deze ochtend alleen nu geeft zij periode onderwijs (periode lessen met een bepaald thema in de ochtend) aan de praktische stroom…

Op het bord stond het volgende: Beeldende middelen

*Ritme

*Contrast (Tegenstelling): klein/groot, leeg/vol, licht donker.

*Ruimte: perspectief (overlapping of lijn perspectief)

*Kleur gebruik: warm/koud, complementair, kleur tegen kleur

*Compositie: centraal, dynamisch, m.b.v. lijnen

Zoals altijd op de Vrije school geven de leerlingen een hand bij binnenkomst. Als iedereen plaats heeft genomen begint de ochtend spreuk. Dit is een reeks zinnen die de inhoud van het Vrije school systeem weerspiegelen. Hierna vraag de Gerda of iedereen tijdschriften heeft mee genomen. Daarna is de vraag van Gerda in het algemeen wie weet wat een woordspin is. Er volgt een uitleg en waar deze voor bedoelt is, voor de stage plek waar zij lopen.

Casus 4: Leerling komt te laat binnen, is inspiratieloos over de opdracht nadat zij heeft plaats genomen omdat zij even niet meer weet hoe de kinderen zijn waar zij stage loopt. Gerda zegt hier wat over maar lijkt niet aan te komen. Hierna schiet een andere leerling te hulp met de mededeling dat zij zelf wel weet hoe haar stage verloopt!

Het valt mij op in tegenstelling tot de vorige klas van vorige week, dat deze veel drukker is. Zij hebben veel aansporing nodig. Gerda vraagt de klas opnieuw centraal voor het vervolg van de verdere uitleg over de opdracht.

Casus 5: Gerda vraagt aan een leerling of zij het tijdschrift weg wil doen omdat het nog niet nodig is om erin te kijken en haar aandacht niet bij de les is, zij zegt nadrukkelijk of zij verder wil gaan met de opdracht.

Gerda vraagt opnieuw de klas centraal om het belang van beeldmiddelen te bespreken. Zij geeft enkele voorbeelden zoals hoe een kunstenaar de aandacht van de kijker weet te houden door hem/haar ogen over het papier te laten volgen door lijnen en dat je enkele kleuren kan koppelen aan emoties.

Nu mogen de leerlingen eindelijk kijken in hun tijdschrift voor de opdracht, Gerda geeft zelf ook wat tijdschriften weg en loopt wat rond in de klas om vragen zijn of om wat ondersteuning te bieden. Gerda roept de klas weer centraal met de vraag of zij iets gevonden hebben in hun tijdschrift. Zij laat enkele voorbeelden zien van leerlingen en met de vraag wat zij precies gevonden hebben. Daarna geeft Gerda suggestie over stage dat deze niet altijd leuk kan verlopen, zij geeft aan dat deze ook verwerkt mogen worden.

Gerda roept de klas weer centraal want er heerst onduidelijkheid in de klas over de opdracht.

Casus 6: Leerling praat door Gerda heen tijdens de uitleg, Gerda verheft haar stem en zegt op strenge toon dat zij haar mond moet houden. Later begint dezelfde leerling te lachen om een grap van één van de meiden die bij elkaar zitten, Gerda kijkt haar aan en vraagt haar op normale toon of dat zij het blaadje erbij haalt waar de opdracht op staat. Het groepje meiden blijven druk en die ene leerling werd eruit gestuurd. Na verloop van tijd werd zij weer binnen gevraagd en Gerda vroeg of zij weer normaal kon doen.

De klas blijft in het algemeen erg druk, Gerda blijft rondlopen en helpt de leerlingen één voor één en houd een praatje over de stage plek, waar en wat zij moeten doen. Leerlingen zijn bezet met andere bezigheden en ik krijg steeds meer respect voor Gerda hoe zij met de situatie omgaat: geduldig en begripvol, zo zou zij zeker blijven hangen bij de leerlingen maar de andere kant hieraan is dat dit een opening is voor de klas om druk te worden.

Als laatst vraagt Gerda de klas nog een keer centraal met als huiswerk  foto’s mee nemen voor morgen met iets concreets over de stage, een foto van hun bij hun stage plek of een logo van het bedrijf, of iets anders. Gerda vraagt wie er klassen dienst heeft, stoelen worden op tafels gezet. Opnieuw geven de leerlingen bij het verlaten van de klas, Gerda een hand. Klas werd geveegd door een leerling.

Ik ben nog even naar een andere les gegaan waar Gerda na de pauze les gaat geven, deze klas was mij al bekend van vorige week alleen hebben zij nu een ander opdracht: Etsen. Gerda laat voorbeelden zien van Dürer en geeft instructies over de behandeling van de ets plaatjes en welke afbeeldingen zij goed kunnen gebruiken. De klas luistert aandachtig met hier en daar een vraag.

Klas gaat aan de gang en ik vertrek eerder voor een tentoonstelling.

STAGE DAG 3

11-04-2012

12.00 t/m 16.15 (7de klas)

Zoals gebruikelijk moesten de leerlingen voor de textiel les, Gerda een hand geven. Gerda gaf aan dat dit de laatste les was en dat hierdoor de spullen die in dit lokaal rond zwierven (afgemaakt of niet afgemaakte werkstukken), mee moesten genomen worden naar huis. Het werk waar zij nu mee bezig waren: vilten, moest zo ver dat dit mogelijk was, afgemaakt worden.

Omdat ik nooit gehoord had van deze techniek, ben ik gaan rond vragen aan de leerlingen en aan Gerda wat de bedoeling was met de wol die zij in dunne plukjes op een plastic mal legde. Vilten is dus het overlappen van wol die je aan elkaar kan hechten door warm water vermengd met zeep. Dit ga je oprollen in plastic en dit kneed je totdat het hecht.

Casus 7: Gerda is warm water met zeep aan het halen, de leerlingen merken dit op en worden drukker, zij gaan allerlei gesprekken voeren en beginnen te keten.

De andere helft van de klas (voornamelijk meisjes) waren collages aan het maken voor hun zelf ingebonden boekje. Behalve een jongen die wou deze bestempelen met een zelfgemaakte ets.

In de klas is het een gezellige bedoening maar er wordt evengoed hard gewerkt.

Casus 8: De vilt tas van een leerling is door de handelingen niet helemaal dicht gegaan en is moeilijk te repareren tijdens de laatste les, Gerda stelt voor om dit te laten doen bij een andere les, bij een andere meester. Gerda stelt ook voor om dit eventueel thuis te doen.

Er zijn evengoed heel wat leerlingen klaar met hun opdracht en Gerda probeert bij leerlingen die nog bezig zijn, hun vragen te beantwoorden door zelf door de klas te lopen of om hulp te bieden. Ik vind het wel vreemd dat Gerda iedere keer naar een andere lokaal moet om het warme water met zeep te halen want zij deed dit nog 3x.

Omdat de les bijna is afgelopen, geeft Gerda de opdracht aan een leerling om werkstukken die nog rond slingeren in het lokaal terug te brengen naar de rechtmatige eigenaar, zodat er in de nieuwe periode niets meer rond slingert.

Casus 9: Leerlingen spelen met de water zeep mengsel, Gerda heeft hier een aanmerking over met als waarschuwing dat zij de klassendienst mogen doen als zij zo door gingen. Leerling antwoord hierop en zegt dat hij niet de enige is, Gerda geeft als antwoord dat de ander dan ook mag helpen.

Rond 14.30 gaan de leerlingen gezamenlijk opruimen, behalve wat leerlingen die nog niet klaar zijn, of leerlingen die niet goed hebben mee gekregen wat zij moeten doen. Stoelen worden op tafel gezet, er word geveegd en er word opgeruimd. Bij verlaten van het lokaal geven de leerlingen Gerda een hand.

14.45 ben naar een andere les gegaan: handenarbeid bij  lerares Els in de 9ste klas havo/vwo. Binnenkomst is het hetzelfde, hand geven aan de lerares, men ging hierna gelijk aan de slag. Els liep rond om vragen te beantwoorden maar ging daarna op één plek zitten en kwam daar niet meer weg, leerlingen kwamen naar haar toe. Els wijst de leerlingen erop dat zij nog maar 6 lessen hebben om de deur harp af te maken.

De leerlingen zijn een deur harp aan het maken van triplex, andere houtsoorten en materialen. Lokaal ziet er erg geordend uit, zeker waar het gereedschap hangt. Verder heb ik even met Els gepraat hoe de leerlingen zich gedragen en zij heeft haar mening gegeven hoe ik mijn stage het best verder kan vervolgen: Zij gaf als tip om ook even op een andere school te kijken die niet verbonden is aan de vrije school. Ik merk aan Els dat zij veel pragmatischer is dan Gerda, als lerares maar ook persoonlijk.

Ook hier word er hard gewerkt maar er heerst drukte, hier en daar hebben leerlingen toch nog opmerkingen nodig over bepaalde handelingen met het materiaal. 16.00 word er opgeruimd, bij verlaten van klas geeft men weer een handje aan Els.

Stage dag 4

16-05-2012

12.00 t/m 14.30 (7de klas)

De klas oogt lekker vrij in opdracht in de les van handenarbeid, dit komt doordat de vorige leraar op die manier werkte. Els wou dit niet omgooien omdat er dan verwarring bij de leerlingen zou kunnen ontstaan.

De meeste leerlingen zijn bezig met een pennenbakje gemaakt van triplex, die gesloten kan worden door een verschuifbare deksel. Tijdens het observeren van de les valt het mij op dat Els meer moet helpen dan anders.

Casus 10: Een leerling is eerder klaar en hij weet niet zo goed wat hij moet doen. Hij vraagt daarom aan Els voor een nieuwe opdracht, Els geeft aan dat hij andere leerlingen moet gaan assisteren.

Ik ben zelf nog even rond gaan lopen door het handenarbeid lokaal om te vragen aan leerlingen of alles goed gaat. Er was hulp nodig bij een handzaag die versteld moest worden, dit is ook de enige assistentie die ik vandaag kon verlenen.

Casus 11: Een leerling is onrustig aan de werkbank en behandelt het gereedschap niet zoals het hoort. Els reactie is grappig maar ook stellig: “Dit vind het gereedschap niet fijn”! Leerling stopt met deze onbezonnen actie.

Els vraagt aan het einde van de les klassikaal, dat de leerlingen die vorige week niet aanwezig waren even bij haar komen individueel. Zij wou even kijken naar de werkstukken om te beoordelen of het goed gaat. Tien vóór half 3 werd er opgeruimd.

14.45 t/m 16.15 (9de klas Havo)

Ik kreeg te horen van Els dat de VWO klas afviel vanwege een onduidelijk rooster. De klas kwam natuurlijk pas binnen als ieder van de leerlingen een handje heeft geschud bij Els (en hun petjes hebben afgegeven).

Absentie lijst word doorgenomen.

Casus 12: Een andere lerares van een andere les komt het lokaal binnen stuiven met de mededeling dat er een hoop nieuwe grafiet pennen verdwenen zijn! Zij vraagt op strenge toon dat de leerlingen even in hun etui moeten kijken om te zien of dat zij van deze pennen hebben meegenomen. Lerares staat centraal en wacht totdat iedereen dit gecontroleerd heeft.

Het valt mij op dat de klas zich in tweeën heeft verdeeld qua sekse. De jongens zijn beduidend drukker dan de meisjes. Er word wel hard gewerkt en de leerlingen kunnen ook naar eigen inzicht werken, of het instructie boekje raadplegen. Evenzogoed helpt Els als het nodig is en loopt door het lokaal heen om aanwijzingen te geven.

Casus 13: Leerling gebruikt figuur zaag niet goed. Els herinnert hem eraan dat zij een uitleg in de 7de klas hebben gehad en een schriftelijke overhoring. Leerling zwijgt instemmend toe.

De les eindigt nadat alles is opgeruimd en een handje te hebben gegeven aan Els!

Stage dag 5

30-05-2012

13.00 t/m 14.30 (7de klas)

Zoals vorige week mocht ik vandaag meelopen met Els. Tijdens handenarbeid wel te verstaan. Ik was eigenlijk van plan om net als vorige week de les te observeren. Els was het hier niet zo mee eens en wou dat ik een les mee draaide. Zij zei dat het een goede manier is om van mij koud water vrees af te komen, ik stemde hier mee in! Deze actie was niet geheel ondoordacht van Els want ik hoef nog maar een paar keer en wat leer je als alleen theorie kent en geen praktijk?

Els leek het een leuk idee om de extra opdracht door mij te laten afmaken. Triplex klokjes die zij zelf ontworpen hadden, mocht ik afmaken door het klokje te bevestigen maar hoe? Ik stelde deze vraag aan de klas en er kwamen al snel ideeën. De beste vond ik om een gat te boren en hem te bevestigen met een schroef. Dit heb ik met 6 leerlingen gedaan.

Verder ben ik de klas rond gegaan om te vragen of alles goed gaat. Er waren geen echte moeilijkheden. Zoals altijd ruimde zij om dezelfde tijd op. Els vroeg aan het einde van de les of dat ik het goed gedaan had en of zij nog tips hadden? Ik moest meer oefenen! Toen ik reflecteerde merkte ik zelf op dat ik de leerlingen na de opdracht te veel vrij liet en ik geen vervolg opdracht achter de hand had of een samenkomst met het groepje om het werk te bespreken.

14.45 t/m 16.15 (10de klas)

Gerda (stagecoördinator) kwam nog even naar mij toe na de les. Zij had een andere plek voor mij geregeld om een andere manier van les geven te zien. Dit zou zich hebben moeten afspelen bij Sjoerd Voogd alleen wij kwamen tot de ontdekking dat zijn les niet door ging. Wij kwamen hem tegen op de gang en hij vertelde ons dat hij huiswerkbegeleiding moest geven.

Ik ben verder gegaan bij Els en ik mocht opnieuw meehelpen met de les! Nu heb ik de leerlingen geassisteerd met het boren van ijzeren stemschroefjes. Maar eerst heb ik zelf eentje gedaan om te kijken hoe ik dit moest aanpakken. Dit ging goed! Bij de leerlingen ook totdat ik er een alleen liet. De boortjes braken af omdat hij te snel ging of omdat het boortje te heet werd (omdat er 8 van die ijzeren stemschroefjes achter elkaar door boort werden), dit was mij onduidelijk. Ik nam mijzelf dit kwalijk maar Gerda zei dat het niet hoefde omdat zij zelfstandiger zijn dan de vorige klas. Verder ben ik rond gaan vragen per leerling of alles goed ging. Er waren enkele problemen die ik niet kon oplossen en dus heb ik Els gevraagd.

Leerplan:

Advertisements

1. RECONSTRUEER ZO PRECIES MOGELIJK JE MAAK PROCES PER WERK.

Het was een opdracht van school om een zelf zwart gemaakt papier met houtskool om voorwerpen na te tekenen met kneed gum:

Ik was begonnen met het oppervlak (met name de lichtval erop). Om het mij zelf makkelijk te maken begon ik met het grootste voorwerp (in dit geval een kaars) zodat ik de rest van de objecten makkelijker kon plaatsen.

Omdat ik met een kneed gum werkte begon ik met de lichtste delen, dit lukt niet altijd omdat de kneedgum vies werd van de houtskool maar dit kun je dan wel weer gebruiken om minder licht delen aan te brengen. Je kan het later altijd weer bijwerken met houtskool voor schaduwen.

2. WAT ZIJN JE KNELPUNTEN?

Ik had moeite met een voorwerp (IPOD) met name met het perspectief ervan, de golfbal was ook niet erg makkelijk vanwege de hoeveelheid putjes in de bal zelf, contrasten en kleurschakeringen waren erg ingewikkeld! Ik heb hem naar een grote hoeveelheid van aanpassen maar zo gelaten, er moet ergens een grens zijn!

3. FLOW

Ik raakte uit mijn flow tijdens de knelpunten, het is net of je dan even wordt wakker geschud!

1. RECONSTRUEER ZO PRECIES MOGELIJK JE MAAK PROCES PER WERK.

Ik bespreek een opdracht van school waarbij wij bij bloemen, onze blikken moesten inzoomen.

Met een persoonlijk notitie dat ik clichés moest vermijden.

Ik ben begonnen met de achtergrond waarbij ik bewust heb gekozen voor de kleur donker bruin (aarde), zonder zwart te gebruiken (dit mocht niet).

Ik heb geprobeerd om de details zo lang mogelijk uit te stellen, met als reden dat ik dit voorheen wel te snel deed.

Daarna ben ik de takken van de bloemen gaan aan zetten met verschillende kleuren en de kleine steentjes op de aarde van de plant op de achtergrond ook.

Ik heb zo veel mogelijk de kleuren gebruikt die ik zag, hierna heb de kleinere takken met de bladeren aangebracht. Ik ontdekte dat als ik bij een plantje met een lichte groen begin en er vervolgens met een donkere groen over heen schilder, het plantje meer tot leven kwam.

2. WAT WAREN MIJN KNELPUNTEN?

 Ik maakte (ook al had ik dit mij voorgenomen) de voorwerpen te snel op de voorgrond waardoor ik niet uit kwam en ik weer genoodzaakt was om er weer over heen te schilderen. Dit kan leiden tot het dicht schilderen van het schilderij.

Om een mooie compositie te maken vind ik nog al een uitdaging, dit lukt ook nog niet zo goed.

3.FLOW

  Behalve bij knelpunten.

1. BEKIJK JE EIGEN SERIE.

 2. WAAR LIGGEN JE KNELPUNTEN?

    – Inhoud

    – Vorm

    – Medium

    – Routine

 – Inhoud

Ik heb geen problemen met stillevens, omdat ik onderzoek naar objecten in de ruimte met hun lichtval en het zo realistisch weergeven ervan, erg interessant vind.

Het was een tekenopdracht van school voor thuis, wij hebben deze les ook foto’s bekeken van andere kunstenaars met hetzelfde onderwerp. Dit is voor mij ook een stuwende factor geweest om het te evenaren. Als probleem ervoer ik dat er te weinig tijd in het onderzoek en het werk wat er in schuil ging.

-Vorm

Ik vond het erg interessant wat het licht deed met de objecten en ik heb zelf nieuwe ontdekkingen gedaan wat betreft het weergeven van structuren en stofuitdrukkingen. Ik heb mijzelf meermalen moeten verbeteren tot het naar mijn zin was, dit probleem ervoer ik vooral met lange recht objecten die eigenlijk een perspectivisch studie nodig hadden.

-Medium

Papier en houtskool, je bent dan alleen genoodzaakt om in zwart wit te tekenen en dat is best moeilijk om een stilleven die je zelf hebt uit gezet hierin om te zetten want kleuren kunnen best afleiden. Er werd wel als tip om school gegeven om een foto te maken en dit uit te printen in zwart wit. Ik vind dit een beetje vals spelen en heb dan ook niet gedaan omdat ik vanuit mijn gezichtspunt wou tekenen!

-Routine

Ik heb veel routines doorbroken: Groter papier gebruikt, nieuwe structuren ontdekt, andere tafel gebruikt om op te tekenen en mijn gezichtspunt gebruikt.

 

 

 

Mozaïek Planning en Doel 4 lessen Workshop

Douwe Dijkstra en Kimberley de Vries

BDO DOC 1B

 

Eerste les

Doen Minuten
Intro informatie wat de workshop inhoudt. 10
Smartboard filmpje laten zien intro dierenwereld. 10 tot 15
Boeken met dierensoorten, veel plaatjes, op tafel leggen. De kinderen moeten een dier kiezen wat zij graag willen zijn. 15
Een voor een de kinderen laten zeggen wat voor dier zij willen zijn en wij schrijven dat op. 5
Dan verhuizen de kinderen naar twee tafels. In groepjes van plusminus 4 kinderen, met de knutsel spullen al op tafel: knutselspullen zijn prikpennen, maskers met dierenhoofden erop en matjes voor het doorprikken. 5
(Helpen bij) Het prikken van de maskers. (Of zelf al een voorbeeld hebben gemaakt en zelf terplekke ook prikken als voorbeeld). 20 tot 30
OPRUIMEN 10
Kinderen een brief aan de ouders meegeven dat de kinderen de tweede les kleding meenemen wat voor kleur het dier wat de kinderen hebben uitgekozen heeft (de vacht). De kleding beplakken we dan ev. met stikkers.  

Doel van deze les is de kinderen goed voorbereiden op wat komen gaat in de workshop, ook met de voorstelling van het presenteren van de dierentuin. En al een begin maken met het prikken van het masker, zo nodig al klaar zijn en met elastieken kijken of het kind er goed doorheen kan kijken en of het masker aan moet worden gepast op het dier dat hij of zij heeft gekozen.

 

Tweede les

Doen Minuten
Elk kind gaat bij zijn of haar naambordje zitten en heeft zijn of haar uitgeprikt masker dan al voor zich liggen. Natuurlijk een bijpassende foto van het dier om deze les goed het dierengezicht op het masker te tekenen.  
We vragen of ieder kind kleding bij zich heeft en of zij het willen pakken of als ze het al hebben, op een vrije tafel willen leggen. We leggen dan even uit dat we tijdens het maken van de maskers mee gaan werken. 10
Dan mogen de kinderen beginnen met de maskers kleuren en verven en beplakken met stikkers of kleuren papier. 60
Tijdens het maken van de maskers stoppen we een kind en vragen het zijn of haar kleding te pakken. De een gaat met dat kind de kleding bekijken en ev. samen met het kind stikkers plakken op de meegebrachte kleding. (Bij voorbeeld een zebra krijgt zwarte, lange, dunne strepen op zijn of haar witte kleding). 5 a 15 min per kind
OPRUIMEN 10

Doel van deze les is het maken van het masker. De kinderen mogen hun eigen creatie lekker los laten gaan, als het dier maar herkend wordt. Dus maken we van te voren een konijn met een krokodillen kleur, dat we dan laten zien wat niet de bedoeling is. Maar dat je wel iets van een herkenning moet hebben, zoals tandjes en voelsprieten of juist een bruine of roze kleur vacht. En het doel is het beplakken van de kleding, zodat ze dat de vierde les aan kunnen doen.

 

Derde les

Doen Minuten
Omgevingsspullen voor de dieren liggen al klaar, zoals een stuk bot voor de hond of sla voor de konijn.  
De kinderen gaan zitten en leggen we uit wat wij willen dat zij met de spullen doen. De spullen liggen namelijk overal verspreid en door elkaar, zodat ze zelf kunnen bepalen wat zij willen in hun omgeving. 5
De kinderen zoeken wat ze nodig denken te hebben en leggen dat op hun eigen tafel. 20
Als de kinderen iets willen wat niet bij de spullen ligt, mogen ze zelf van papier dingen knippen en plakken om hun omgeving mooi en leefbaar te maken. Bij voorbeeld een wortel bij het konijn en water bij de dolfijn. 30, met uitloop van 5 min
OPRUIMEN 10
Aan de tafels gaan zitten en ideeën opdoen voor de voorstelling. Wat willen hun in de voorstelling en misschien nog wat toevoegingen voor de spullen. Dit schrijft Douwe of ik op. Plusminus 20

Doel van deze les is het creëren van de omgeving van elk dier. En de boeken kunnen er voor zorgen dat ze ideeën opdoen voor de omgeving. Voor de voorstelling maken Douwe en ik hekken, rotsen, gras(mat) en bomen om het op een echte dierentuin te laten lijken. Dit kan ook een poster zijn of een wand met slingers (voor de aap). De ideeën die we opdoen aan het einde van de les verwerken Douwe en ik om tot een leuke voorstelling te komen en dat de kinderen lol hebben in het spelen van het dier.

 

Vierde les

Doen Minuten
Uitleggen dat we deze les de voorstelling gaan oefenen. En de ideeën van de vorige les in planning op het boord weergeven, de planning wie wanneer naar voren moet lopen (of kruipen) om zich aan het publiek voor te stellen. 10
Dan schuiven we de tafels aan de kant en doet iedereen zijn kleding aan. Douwe en ik ook, want wij zijn tenslotte de verzorgers van de dierentuin. Met bezem en kruiwagen met schep voor de poep op te ruimen. 15
Elk kind speelt zijn dier om te kijken of die het durft en elk dier heeft zijn omgevingsspullen waar die dan wat mee doet. 10
Vragen of ze de volgorde leuk vinden en goed laten zien wie na wie komt. 5
Oefenen met de spullen, geluid en volgorde. Douwe en ik roepen met een leuk verhaal vooraf, elk dier naar voren, zo weet het kind ook wel dat hij of zij moet. Maar we oefenen alles en denk dat het 10 a 15 minuten zal duren. Met een verhaal vooraf en achteraf, hopelijk met een beetje humor voor de ouders. 30
OPRUIMEN 10

Doel van deze les is met alles de voorstelling zo goed mogelijk oefenen. Om zo geen fouten te krijgen bij de echte voorstelling. En dat elk kind lol heeft in het spelen.

Les 1

13 september

Wij kregen tijdens deze les de opdracht om de persoon voor je na te tekenen binnen 5 minuten. De opdracht hierna werd nog moeilijker want nu moest je dezelfde persoon tekenen zonder op je blad te kijken.Dit deden wij 2x.

Hierna werd de ene helft van de klas op de gang gezet, intussen werd de andere helft geblinddoekt, nadat dit was gebeurt door een doek of jas, mocht de rest weer binnen komen, deze mochten een persoon uitzoeken en ervoor gaan zitten. Nu mocht de geblinddoekte persoon door middel van voelen de persoon voor zich natekenen!

Nadat al het kwaad was geschiedt werd al het werk opgehangen en nabesproken. Wij mochten ook ook zeggen welk werk ons het meest aansprak, veel leerlingen kozen iets wat opviel in iets abstracts, terwijl ik voor mijn gevoel iets zag hangen wat echt figuratief was.

Verder hebben wij aandacht besteedt aan het werk wat je zelf moet bijhouden zoals de vak vocabulaire, dit mag formeel en informeel zijn.

Les 2

20 september

Vandaag hebben we de vak vocabulaire bijgewerkt doordat de lerares de klas rond vroeg. Ook hebben wij de casussen besproken, mijn casus werd besproken . Wij hebben het zo concreet mogelijk opgeschreven en de situatie punt voor punt bekeken:

Casus 1:

De lerares loopt rond tijdens de tekenles en merkt een leerling op die zijn werk niet volgens opdracht uitvoert, zij heeft hier een aanmerking op en geeft het goede voorbeeld op papier waar de leerling op bezig is.

-Word ik gezien/opgemerkt?

– Hoe houd ik mijn student in de gaten?

-Merkt de student of hij/zij vast loopt?

-Wanneer geef je als docent (groep/individueel) aanwijzingen?

-Hoe is is het wanneer de docent in je tekening werkt?

-Mag je het als docent voordoen?

Hierna hebben wij de tekeningen bekeken van de leeftijd 2 tot 6 jaar als groep van 5 a 6. De mooiste of diegene die je het meest aansprak moest je eruit halen, het liefst van ieder persoon in de groep zodat je een kleine verzameling kreeg die je later in de les moest exposeren. De bedoeling was om het werk te analyseren en herinneringen ophalen. Ik had helaas geen werk van mijzelf mee maar dat van mijn broer en zus, dus zoveel herinneringen had ik niet, wel heb ik het nagevraagd bij mijn broer maar die wist het ook niet meer.

Het volgende hebben wij uit ons werk geanalyseerd: van 2 tot 6 kunnen wij zeggen dat hoe ouder je werd hoe meer kleur er werd gebruikt, steeds meer verhalende en meer dimensie komt(opstapelen van objecten).

Dit hebben wij klas samen besproken door al het werk van iedere groep te bekijken. Hierna hebben wij ook klassikaal alles nog even samengevat en de belangrijkste dingen opgeschreven: Motoriek van een 2-jarige is nog niet bijzonder ontwikkeld, zij houden het tekenvoorwerp met hun hele hand vast als een knuist. Op deze leeftijd is het ook normaal dat wat een kind bedoelt ook tekent in een praktische vorm (bijvoorbeeld kind wil rolschaatsen tekent een rond voorwerp).

Ook de vormgeving verandert, vormen worden steeds meer gesloten, repertoire breidt uit. Het schematisch tekenen komt ook steeds meer voor door anderen na te apen, verder moesten wij opletten op de tekeningen:

-School

-Thuis

-Seizoenen

-Drager

-Materiaal

-Sexe verschil

-Schema

Les 3

27 september

Nadat wij opnieuw de woorden hebben besproken voor ons vakjargon en de casus van Samantha geanalyseerd hadden, hebben wij opnieuw ons werk bekeken alleen van de leeftijd 6 tot 12 jaar! Wij hebben weer een selectie gemaakt van werken en dit besproken.

Een paar dingen vielen mij hierin op:er komt competitie in het spel van het tekenen bij kinderen (ik kan het beter!),zij nemen ook veel over van de media (mijn strip tekeningen waren hier een voorbeeld van, die strip had ik een keer bij mijn broer gelezen) en objecten komen meer centraler als achtergrond.

Hierna hebben wij nog tekeningen bekeken van de leeftijd 2 tot 4 ongeveer met behulp van de beamer, het volgende moesten wij op letten:

-Vormgeving

-Richting

-Plaatsing

-Kleur

-Motoriek

-Druk

-Tektonisch (in hoeverre kan het kind binnen de kaarders werken)

Kinderen van 3 zitten nog in de krabbel fase, waarin het kind nog geen onderscheid maakt op wat voor drager hij/zij schildert.Als het kind 4 wordt komt hij/zij in een pre-conventionele fase, hier moesten wij op de volgende punten letten:

-Vormen leren combineren

-Onderwerp

-Aanleiding

-Vormgeving

-Vrij werk of school werk

Les 4

4 Oktober

Zoals altijd hebben wij de woorden doorgenomen met een redelijk ongemotiveerde klas, lerares vroeg nog waar aan dit te wijten was maar voor als nog is dit onduidelijk. Wij hebben ook weer een casus bekeken en wel het volgende:

Leraar van het vak RTV heeft klassikaal medegedeeld dat er niet genoeg gips was en dat wij dit onderling moeten verdelen door het exact afgemeten hoeveelheid te pakken, een leerling pakte te veel waarop de leraar zei:”Voel jij je nu niet schuldig omdat jouw klasgenoot nu niet genoeg heeft?”.

Deze casus hebben wij even grondig bekeken:

-Mag een docent wijzen op de verantwoordelijkheid van de student?

-Mag een docent spelen op het schuldgevoel?

-In hoeverre is de docent verantwoordelijk voor materiaal voorziening?

-Hoe maak je als docent je informatie zo kenbaar dat iedereen het gehoord heeft?

-Wanneer doe je een klassikale mededeling?

-Welke rol speelt de docentvoor het bouwen van sociale controle?

Beeldcultuur:

Wij hebben ook gekeken naar waar wij als kinderen onze afbeeldingen vandaan haalde en wat wel of nog niet in de ontwikkeling hoort hierbij:

-Strip

-Vensterbeeld (perspectief)

-Narratief (gelijktijdigheid van een gebeurtenissen in één beeld)

Uiteraard hebben wij ook nog ons werk van de leeftijd 12 tot 18 jaar bekeken hierbij viel ons op dat wij vooral onze idolen natekende waarbij perfectie en persoonlijke dingen erg belangrijk waren.

Les 5

11 Oktober

Vandaag hebben heel gebruikelijk de woorden voor ons vakjargon en wat casussen besproken. Deze casus is het geworden:

Er was bij de les tijd te kort om de beloofde bespreking voor te lezen, leerlingen verlaten het lokaal.

-Hoe zorgt de docent voor een goed tijdsindeling?

-In hoeverre is de docent verantwoordelijk verantwoordelijk voor een verandering in de tijdsindeling?

-Hoe los het probleem van tijdsgebrek op?

-In hoeverre is het een probleem als je afwijkt van je tijdsplanning?

-Hoe stel je prioriteiten in de les als je tijd te kort komt?

-Hoe kom je terug op inhouden die niet aan bod zijn gekomen in de les?

-Hoe kun je studenten bij het in de gaten houden van tijdsplanning?

Verder is het werk van 12 tot 18 nog bekeken van de groep die nog niet aan de beurt waren gekomen. Hierna hebben wij alvast een begin gemaakt in het beschrijven van eigen werk waarop je het zo nauwkeurig mogelijk je stappen moest beschrijven waarin knelpunten en de flow ook aan bod kwamen. Het viel mij op dat ik niet precies kon zeggen wanneer de flow begon of stopte (alleen bij knelpunten) maar dit is natuurlijk de hele principe van flow, geen besef van tijd (of ego), ik kan mij daar makkelijk in dompelen…

Les 6

18 Oktober

Casuïstiek: Kern:Koffie gaat om tijdens bespreken en mag blijven liggen.

-Wie is verantwoordelijk voor een schone werkplek?

-Hoe kun je voorkomen dat de les verstoort wordt?

-Hoe ga je om met onvoorziene omstandigheden?

-Wanneer laat je toe dat je bespreking onderbroken wordt?

-Hoe geeft de docent aan waar de grens ligt?

-Hoe maakt een docent studenten duidelijk waar hun verantwoordelijkheid ligt?

-Ben je als docent bewust van je voorbeeld functie? Hoe ga je daar mee om?

Wij hebben ook even bekeken wat er voor knelpunten zijn als het gaat om thuis werken en hoe je dit kan voorkomen:

-Meer/minder tijd nemen

-Omgeving zoeken die niet afleid.

-Prikkels weghalen

-Druk op de ketel door straf te bedenken.

-Positief belonen.

Hierna hebben wij het werk bekeken waarvan je foto’s moest maken (10 stappen), niet van jezelf maar van je overbuurman/vrouw. Ik heb die van Evelien bekeken, het is een schilderij die zij bij de les heeft gemaakt van meerdere bloemen en dit heb ik geconstateerd:

Het ziet erna uit dat de achtergrond met snelle en grote kwaststreken zijn aangezet (in groen en roze) waarna de stengels (in donker groen)aangebracht. Zij is dus vrij snel met de voorgrond begonnen die met dezelfde basis kleur zijn opgezet en daar horen de bloemen ook bij, deze zijn wel met nog wat meerdere kleuren verwerkt. Zij heeft verder nog wat details gemaakt zoals stampers en bladeren.

Als wij weer een werk in proces gaan bekijken moesten wij op de volgende punten letten:

-Verschil met eigen proces

-Wanneer maak je foto?

Casus 1:

Ik heb deze casus gekozen omdat het mij overkomen is en ik individuele aandacht heel belangrijk vind.

De lerares loopt rond tijdens de tekenles en merkt een leerling op die zijn werk niet volgens opdracht uitvoert, zij heeft hier een aanmerking op en geeft het goede voorbeeld op papier waar de leerling op bezig is.

Casus 2:

Ik vond hierbij opmerkzaam dat de lerares kalm bleef.

Tijdens de les cultuurgeschiedenis krijgt de klas uitleg over filosofen, de klas wordt onrustig nadat er onduidelijk ontstaat over de uitleg hiervan, de lerares blijft rustig en legt het nog een keer uit.

Casus 3:

Hier vond ik dat de leraren zelf ook een goede communicatie onderling moeten hebben om ook een goed voorbeeld te zijn.

De tekenles begint en de klas is te laat doordat de andere les uitliep, de lerares van de vorige les komt even haar verontschuldiging aanbieden aan de tekendocente.

Casus 4:

Deze heb ik gekozen omdat mij dit opnieuw zelf overkomen is en omdat ik mij afvroeg of je dit als leraar wel maken kon…

Er was een college die begon om 9.00, tussen deze tijd en 9.30 komen leerlingen binnen strompelen omdat er een bliksem inslag was bij de spoorwegen. De leraar liet iedere leerling op het podium komen voor een volle zaal waar hij zijn betoog hield en liet de leerlingen uitleggen waarom zij te laat waren.

Casus 5:

Deze casus heb ik gekozen omdat ik het prijzenswaardig vond  ondanks de situatie die eigenlijk om een meer strenge aanpak vroeg, de lerares zeer kalm bleef.

De college cultuurgeschiedenis was al vanaf het begin van de les zeer onrustig door pratende leerlingen, toch bleef de lerares kalm en bleef haar uitleg onderbouwen.

Casus 6:

Deze heb ik gekozen omdat er snel onduidelijkheid kan ontstaan in het interpreteren van opdrachten.

Tijdens een les ruimtelijke vaardigheid wordt het huiswerk nagekeken, er waren onduidelijkheden wat betreft de opdracht en leerlingen hebben het niet naar de opdracht gemaakt, leraar gaf hier nog een aanwijzing over.