Zakelijke gegevens van de stageschool:

Er is een rijke hoeveelheid aan informatie te vinden op de site, die goed weergeeft waar de school voor staat. Ik kan het mij voorstellen dat er ook mensen zijn die deze manier van onderwijs vaag of verwarrend vinden. Als ik het objectief probeer te bekijken (en dat is moeilijk als ex-leerling) is dat deels waar, je moet het eerst ervaren voordat je er over kan oordelen! Want ik kan als ex-leerling van de Vrije school zeggen, dat het een bijzondere school is waar zelfs moeilijke leerlingen (zoals ik) een plek krijgen. Op cultureel en sociaal vlak, vind ik dat zij ook een stap voor zijn dan op andere scholen. De niveaus zijn gemengd (waardoor minder goede leerlingen zich kunnen optrekken aan de goede leerlingen) en er word veel aandacht besteed aan andere culturen waardoor je een beter wereld beeld krijgt en dit is weer ten goede voor het veroordelingsvermogen.

Gegevens van de stageschool
Naam : Vrije school Karel de Grote college

Adres : Wilhelminasingel 13-15 6524 AJ Nijmegen

tel.nr. : 024 3 820 460

Naam van de rector : Pinksteren

Stagecoördinator : Gerda Fransman

Schoolsignatuur : 

Het Karel de Grote College is een vrijeschool, een school voor voortgezet onderwijs waar gewerkt wordt vanuit antroposofie. Dat wil zeggen dat men zich bewust wil worden wat “het mens-zijn” betekent. Antroposofie is ontwikkeld door de filosoof Rudolf Steiner (1861 – 1925), die heeft meegewerkt aan de oprichting van de eerste Nederlandse vrijeschool in 1923 te Den Haag.
We streven in de opvoeding naar een zo breed mogelijke ontwikkeling van menselijke vermogens. Dan gaat het zeker niet alleen om het verwerven van kennis, maar vooral ook om ontwikkeling van gevoel voor het sociale en het kunstzinnige en om het verkrijgen van ambachtelijke en technische vaardigheden. Hiermee wordt een stevige basis gelegd voor het latere leven en voor het functioneren in de maatschappij. We gaan ervan uit dat ieder met het leven een eigen bedoeling heeft en er innerlijk vrij naar wil streven om die waar te maken. Opvoeding moet daarbij ondersteunen. Dat vereist vakkennis natuurlijk, maar vooral ook inzicht in de verschillende levensfasen van de jonge mens en het vermogen om waar te nemen wat elk kind aan mogelijkheden in zich draagt. Vrijeschoolouders hoor je dan ook vaak zeggen: mijn kind wordt gezien!

Inleiding vrijeschoolonderwijs

In de menselijke levensloop kunnen we ontwikkelings- en levensfasen onderscheiden. Opvoeding en onderwijs zijn daarop afgestemd. Schematisch zijn die perioden in te delen in perioden van telkens zeven jaar. De eerste fase is die van 0-7 jaar. De tweede die van 7- 14 jaar, de derde van 14 -21 jaar enz. In zijn algemeenheid brengen die fasen, of gevoelige perioden, bepaalde wetmatigheden, kwaliteiten en vermogens met zich mee, die een eigen aanpak vragen voor een optimale ontwikkeling. Elk individu en elke periode vragen daarbinnen om een eigen nuancering. In de periode van 0-7 jaar bijvoorbeeld wordt het kleine kind in de taal onderscheiden in baby, dreumes, peuter en kleuter. Tegenwoordig is men geneigd om aan deze algemene onderscheidingen geen aandacht te schenken, en zich te richten op louter individuele verschillen. Toch ervaren wij het als zinvol om in opvoeding en onderwijs niet alleen in te gaan op de grote individuele verscheidenheid, maar ook te blijven differentiëren op grond van leeftijd en ontwikkelingsfase. Het is om die reden dat wij spreken van een kleuterfase (leeftijd 4- tot 6-jarigen) die wordt gemarkeerd door “schoolrijpheid”, van een onderbouw (7- tot 14-jarigen) en van een bovenbouw tussen “puberteit” en “volwassenheid” (14- tot 18-jarigen).

Opvoeden tot vrijheid

Door alle jaren heen wordt gestreefd naar evenwichtige ontwikkeling van het denken, van het gevoelsleven en van het wilsleven. Al naar gelang de ontwikkelingsfase zal de nadruk meer komen te liggen op de ontwikkeling van de motoriek (o.a. bewegingszin), de ontwikkeling van het gevoelsleven als basis voor het sociale en het kunstzinnige, en de ontwikkeling van een onbevangen denk- en oordeelsvermogen in de derde fase. Opvoeding en onderwijs moeten zo de basis leggen voor innerlijke vrijheid, verantwoordelijkheid en moraliteit. De pedagogische houding en de werkwijze worden in hoge mate bepaald door de mens- en ontwikkelingsvisie, zoals die is neergelegd in de antroposofie. Maar antroposofie is een inspiratiebron van volwassenen en we vinden het onjuist als dat aan leerlingen wordt overgedragen in de vorm van leerstof. Dat is een consequentie als je tot vrijheid wil opvoeden.

Pedagogie als kunst

Het woordje “vrij” in de naam vrijeschool slaat niet op het vrij laten van het kind. Er wordt mee bedoeld: de pedagogische visie in vrijheid kunnen realiseren en ontlenen aan wat bij de kinderen aan vragen wordt waargenomen. Centraal staat de persoonlijke ontwikkelingsweg van elk individueel kind. De ontplooiing van zijn sociale, kunstzinnige en ambachtelijke vermogens is daarin even belangrijk als de ontwikkeling van zijn intellectuele vermogen. De factoren “milieu waarin je opgroeit” en “erfelijkheid” spelen een rol in het leven van een kind. Maar de vrijeschoolleerkracht houdt vooral rekening met het kind zelf, dat niet gezien wordt als een “onbeschreven blad”, maar als een mens met eigen talent, een eigen voorgeschiedenis en individualiteit. Pedagogie is de kunst van het herkennen wat kinderen aan verborgen strevingen met zich meebrengen en de kunst om een klimaat te scheppen waarin kinderen zich kunnen ontplooien. Daarom volgen en beschrijven de vrijescholen de prestaties en de ontwikkeling van elk afzonderlijk kind gedurende het hele schooltraject (basis- en voortgezet onderwijs).

Blijvende ontwikkeling als doel

Een kind komt op school om bepaalde dingen te leren, zodat hij later goed “toegerust” zijn plaats in de maatschappij kan vinden. Maar er valt niet precies te voorzien hoe die maatschappij eruit zal zien en om welke toepasbare kennis wordt gevraagd. Daarom leggen de vrijescholen veel nadruk op eigenschappen die voor de leerling van belang zijn om zich later blijvend te willen en te kunnen ontwikkelen. Het leerplan van de vrijeschool is zo opgebouwd dat alle vakken in hun onderlinge samenhang deze ontwikkeling ondersteunen. Intellectueel, creatief, ambachtelijk en sociaal wordt het kind uitgedaagd om zijn persoonlijkheid te ontplooien. Leerstof is daarbij altijd middel en ontwikkeling het doel.
De door de overheid vastgestelde kerndoelen voor basisschool en basisvorming worden daarom niet gehanteerd als einddoelen, maar als tussendoelen in het perspectief van het eigenlijke doel: de ontwikkeling van de leerling. Omdat het leerplan ontwikkelingspsychologische motieven volgt, wordt bewust uitgegaan van leer- en vertelstof die niet alleen wat de inhoud aangaat soms kan afwijken van wat elders gebruikelijk is, maar ook wat het tijdstip van aanbieden betreft: op een jon ger e of juist op een latere leeftijd.

Hoofd, hart en handen

Natuurlijk moeten kinderen leren rekenen en schrijven, omgaan met de computer, les krijgen in vreemde talen, in aardrijkskunde en geschiedenis, en kennis maken met vakken als wiskunde, scheikunde en biologie. Hiermee leggen ze een basis voor hun toegang tot hoger onderwijs en beroepsvoorbereiding. Daarnaast krijgen ze op de vrijescholen een omvangrijk aanbod aan kunstzinnig en ambachtelijk onderwijs. Vakken als schilderen, muziek, toneel, handenarbeid en euritmie (bewegingskunst) zijn niet alleen bedoeld om de creativiteit te stimuleren. Ze dragen ook bij aan een brede en evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling. Of, zoals het ook wel wordt genoemd, aan de ontwikkeling van hoofd (verstand), hart (gevoel) en handen (daad- en scheppingskracht).

Bekijken van het lokaal:


Observatie in de lessen:

STAGE DAG 1:

21-03-2012

10.45 t/m 12.45

Mijn stage coördinator heet Gerda Fransman en zij gaf vandaag ook les in grafiet tekenen d.m.v. een raster. Bij aanvang van de les gaven alle leerlingen een handje aan de lerares, een gebruik die typisch is voor de vrije school.

Nadat alle leerlingen hun spullen hadden gepakt besprak Gerda de planning en nog enkele technieken in het tekenen. Hierna ging iedereen aan de slag en ging Gerda rond lopen om vragen te beantwoorden en om te bespreken wat er beter kon.

Casus 1: Een leerling doet lang over de opdracht, Gerda vertelt de leerling dat zij niet te veel in details moet treden omdat er niet genoeg lessen zijn tot de nieuwe opdracht. Leerling zwijgt instemmend toe.

De klas is gezellig druk maar er werd tegelijkertijd hard gewerkt.

Casus 2: Leerling heeft de tekening te licht opgezet, Gerda laat de tekening van een afstandje zien en zegt wat eraan scheelt, leerling snapt het en zegt dat hij de vlinder niet goed ziet waarop Gerda beantwoord dat de achtergrond donkerder moet.

Casus 3: Leerling staat in de klas met kneedgum te gooien, Gerda waarschuwt de leerling waarna de leerling stiekem verder gooit.

Er waren enkele leerlingen eerder klaar met de opdracht en Gerda besprak alvast met hun de nieuwe opdracht. 5 Minuten voor afloop van de les ging men gezamenlijk opruimen, taken waren al verdeeld en iedereen wist wat hij/zij moest doen. Hierna verliet men het lokaal weer door Gerda een hand te geven. Er bleven nog een paar leerlingen over voor de klassendienst, dit betekende dat zij moesten vegen, tafels recht moesten zetten en stoelen op de tafels moesten zetten. Hierna heb ik Gerda nog wat vragen gesteld:

Organisatie:

– het schoonhouden van het lokaal, hoe word dat geregeld?: Gerda:”Wij hebben klassendienst die alfabetisch word afgewerkt per week van de klassenlijst”.

– Wat vind je organisatorisch het belangrijkst?: Gerda:”Duidelijkheid en kleine stapjes nemen, mijn valkuil is dat ik te veel weg geef”.

– Waar kunnen leerlingen hun werk exposeren?: Gerda:”Wij hebben vitrine kasten in de hal en wij hebben sinds kort prikborden aan de muur in het teken lokaal, wij hebben er zelfs eentje op de 2de verdieping”.

Materialenlijst:

Inkt, ecoline, aquarelverf, schildersblouse, drukrollers, drukinkt, drukpers, etsmateriaal, verschillende maten papier, ijzeren linialen, stenley messen, bindmiddel, lijm, kwasten, bak met allerhande, zeep, sponsjes, linoleum platen, gutsen, radio.

STAGE DAG 2:

28-03-2012

08.45 t/m 12.00

Gerda gaf opnieuw les deze ochtend alleen nu geeft zij periode onderwijs (periode lessen met een bepaald thema in de ochtend) aan de praktische stroom…

Op het bord stond het volgende: Beeldende middelen

*Ritme

*Contrast (Tegenstelling): klein/groot, leeg/vol, licht donker.

*Ruimte: perspectief (overlapping of lijn perspectief)

*Kleur gebruik: warm/koud, complementair, kleur tegen kleur

*Compositie: centraal, dynamisch, m.b.v. lijnen

Zoals altijd op de Vrije school geven de leerlingen een hand bij binnenkomst. Als iedereen plaats heeft genomen begint de ochtend spreuk. Dit is een reeks zinnen die de inhoud van het Vrije school systeem weerspiegelen. Hierna vraag de Gerda of iedereen tijdschriften heeft mee genomen. Daarna is de vraag van Gerda in het algemeen wie weet wat een woordspin is. Er volgt een uitleg en waar deze voor bedoelt is, voor de stage plek waar zij lopen.

Casus 4: Leerling komt te laat binnen, is inspiratieloos over de opdracht nadat zij heeft plaats genomen omdat zij even niet meer weet hoe de kinderen zijn waar zij stage loopt. Gerda zegt hier wat over maar lijkt niet aan te komen. Hierna schiet een andere leerling te hulp met de mededeling dat zij zelf wel weet hoe haar stage verloopt!

Het valt mij op in tegenstelling tot de vorige klas van vorige week, dat deze veel drukker is. Zij hebben veel aansporing nodig. Gerda vraagt de klas opnieuw centraal voor het vervolg van de verdere uitleg over de opdracht.

Casus 5: Gerda vraagt aan een leerling of zij het tijdschrift weg wil doen omdat het nog niet nodig is om erin te kijken en haar aandacht niet bij de les is, zij zegt nadrukkelijk of zij verder wil gaan met de opdracht.

Gerda vraagt opnieuw de klas centraal om het belang van beeldmiddelen te bespreken. Zij geeft enkele voorbeelden zoals hoe een kunstenaar de aandacht van de kijker weet te houden door hem/haar ogen over het papier te laten volgen door lijnen en dat je enkele kleuren kan koppelen aan emoties.

Nu mogen de leerlingen eindelijk kijken in hun tijdschrift voor de opdracht, Gerda geeft zelf ook wat tijdschriften weg en loopt wat rond in de klas om vragen zijn of om wat ondersteuning te bieden. Gerda roept de klas weer centraal met de vraag of zij iets gevonden hebben in hun tijdschrift. Zij laat enkele voorbeelden zien van leerlingen en met de vraag wat zij precies gevonden hebben. Daarna geeft Gerda suggestie over stage dat deze niet altijd leuk kan verlopen, zij geeft aan dat deze ook verwerkt mogen worden.

Gerda roept de klas weer centraal want er heerst onduidelijkheid in de klas over de opdracht.

Casus 6: Leerling praat door Gerda heen tijdens de uitleg, Gerda verheft haar stem en zegt op strenge toon dat zij haar mond moet houden. Later begint dezelfde leerling te lachen om een grap van één van de meiden die bij elkaar zitten, Gerda kijkt haar aan en vraagt haar op normale toon of dat zij het blaadje erbij haalt waar de opdracht op staat. Het groepje meiden blijven druk en die ene leerling werd eruit gestuurd. Na verloop van tijd werd zij weer binnen gevraagd en Gerda vroeg of zij weer normaal kon doen.

De klas blijft in het algemeen erg druk, Gerda blijft rondlopen en helpt de leerlingen één voor één en houd een praatje over de stage plek, waar en wat zij moeten doen. Leerlingen zijn bezet met andere bezigheden en ik krijg steeds meer respect voor Gerda hoe zij met de situatie omgaat: geduldig en begripvol, zo zou zij zeker blijven hangen bij de leerlingen maar de andere kant hieraan is dat dit een opening is voor de klas om druk te worden.

Als laatst vraagt Gerda de klas nog een keer centraal met als huiswerk  foto’s mee nemen voor morgen met iets concreets over de stage, een foto van hun bij hun stage plek of een logo van het bedrijf, of iets anders. Gerda vraagt wie er klassen dienst heeft, stoelen worden op tafels gezet. Opnieuw geven de leerlingen bij het verlaten van de klas, Gerda een hand. Klas werd geveegd door een leerling.

Ik ben nog even naar een andere les gegaan waar Gerda na de pauze les gaat geven, deze klas was mij al bekend van vorige week alleen hebben zij nu een ander opdracht: Etsen. Gerda laat voorbeelden zien van Dürer en geeft instructies over de behandeling van de ets plaatjes en welke afbeeldingen zij goed kunnen gebruiken. De klas luistert aandachtig met hier en daar een vraag.

Klas gaat aan de gang en ik vertrek eerder voor een tentoonstelling.

STAGE DAG 3

11-04-2012

12.00 t/m 16.15 (7de klas)

Zoals gebruikelijk moesten de leerlingen voor de textiel les, Gerda een hand geven. Gerda gaf aan dat dit de laatste les was en dat hierdoor de spullen die in dit lokaal rond zwierven (afgemaakt of niet afgemaakte werkstukken), mee moesten genomen worden naar huis. Het werk waar zij nu mee bezig waren: vilten, moest zo ver dat dit mogelijk was, afgemaakt worden.

Omdat ik nooit gehoord had van deze techniek, ben ik gaan rond vragen aan de leerlingen en aan Gerda wat de bedoeling was met de wol die zij in dunne plukjes op een plastic mal legde. Vilten is dus het overlappen van wol die je aan elkaar kan hechten door warm water vermengd met zeep. Dit ga je oprollen in plastic en dit kneed je totdat het hecht.

Casus 7: Gerda is warm water met zeep aan het halen, de leerlingen merken dit op en worden drukker, zij gaan allerlei gesprekken voeren en beginnen te keten.

De andere helft van de klas (voornamelijk meisjes) waren collages aan het maken voor hun zelf ingebonden boekje. Behalve een jongen die wou deze bestempelen met een zelfgemaakte ets.

In de klas is het een gezellige bedoening maar er wordt evengoed hard gewerkt.

Casus 8: De vilt tas van een leerling is door de handelingen niet helemaal dicht gegaan en is moeilijk te repareren tijdens de laatste les, Gerda stelt voor om dit te laten doen bij een andere les, bij een andere meester. Gerda stelt ook voor om dit eventueel thuis te doen.

Er zijn evengoed heel wat leerlingen klaar met hun opdracht en Gerda probeert bij leerlingen die nog bezig zijn, hun vragen te beantwoorden door zelf door de klas te lopen of om hulp te bieden. Ik vind het wel vreemd dat Gerda iedere keer naar een andere lokaal moet om het warme water met zeep te halen want zij deed dit nog 3x.

Omdat de les bijna is afgelopen, geeft Gerda de opdracht aan een leerling om werkstukken die nog rond slingeren in het lokaal terug te brengen naar de rechtmatige eigenaar, zodat er in de nieuwe periode niets meer rond slingert.

Casus 9: Leerlingen spelen met de water zeep mengsel, Gerda heeft hier een aanmerking over met als waarschuwing dat zij de klassendienst mogen doen als zij zo door gingen. Leerling antwoord hierop en zegt dat hij niet de enige is, Gerda geeft als antwoord dat de ander dan ook mag helpen.

Rond 14.30 gaan de leerlingen gezamenlijk opruimen, behalve wat leerlingen die nog niet klaar zijn, of leerlingen die niet goed hebben mee gekregen wat zij moeten doen. Stoelen worden op tafel gezet, er word geveegd en er word opgeruimd. Bij verlaten van het lokaal geven de leerlingen Gerda een hand.

14.45 ben naar een andere les gegaan: handenarbeid bij  lerares Els in de 9ste klas havo/vwo. Binnenkomst is het hetzelfde, hand geven aan de lerares, men ging hierna gelijk aan de slag. Els liep rond om vragen te beantwoorden maar ging daarna op één plek zitten en kwam daar niet meer weg, leerlingen kwamen naar haar toe. Els wijst de leerlingen erop dat zij nog maar 6 lessen hebben om de deur harp af te maken.

De leerlingen zijn een deur harp aan het maken van triplex, andere houtsoorten en materialen. Lokaal ziet er erg geordend uit, zeker waar het gereedschap hangt. Verder heb ik even met Els gepraat hoe de leerlingen zich gedragen en zij heeft haar mening gegeven hoe ik mijn stage het best verder kan vervolgen: Zij gaf als tip om ook even op een andere school te kijken die niet verbonden is aan de vrije school. Ik merk aan Els dat zij veel pragmatischer is dan Gerda, als lerares maar ook persoonlijk.

Ook hier word er hard gewerkt maar er heerst drukte, hier en daar hebben leerlingen toch nog opmerkingen nodig over bepaalde handelingen met het materiaal. 16.00 word er opgeruimd, bij verlaten van klas geeft men weer een handje aan Els.

Stage dag 4

16-05-2012

12.00 t/m 14.30 (7de klas)

De klas oogt lekker vrij in opdracht in de les van handenarbeid, dit komt doordat de vorige leraar op die manier werkte. Els wou dit niet omgooien omdat er dan verwarring bij de leerlingen zou kunnen ontstaan.

De meeste leerlingen zijn bezig met een pennenbakje gemaakt van triplex, die gesloten kan worden door een verschuifbare deksel. Tijdens het observeren van de les valt het mij op dat Els meer moet helpen dan anders.

Casus 10: Een leerling is eerder klaar en hij weet niet zo goed wat hij moet doen. Hij vraagt daarom aan Els voor een nieuwe opdracht, Els geeft aan dat hij andere leerlingen moet gaan assisteren.

Ik ben zelf nog even rond gaan lopen door het handenarbeid lokaal om te vragen aan leerlingen of alles goed gaat. Er was hulp nodig bij een handzaag die versteld moest worden, dit is ook de enige assistentie die ik vandaag kon verlenen.

Casus 11: Een leerling is onrustig aan de werkbank en behandelt het gereedschap niet zoals het hoort. Els reactie is grappig maar ook stellig: “Dit vind het gereedschap niet fijn”! Leerling stopt met deze onbezonnen actie.

Els vraagt aan het einde van de les klassikaal, dat de leerlingen die vorige week niet aanwezig waren even bij haar komen individueel. Zij wou even kijken naar de werkstukken om te beoordelen of het goed gaat. Tien vóór half 3 werd er opgeruimd.

14.45 t/m 16.15 (9de klas Havo)

Ik kreeg te horen van Els dat de VWO klas afviel vanwege een onduidelijk rooster. De klas kwam natuurlijk pas binnen als ieder van de leerlingen een handje heeft geschud bij Els (en hun petjes hebben afgegeven).

Absentie lijst word doorgenomen.

Casus 12: Een andere lerares van een andere les komt het lokaal binnen stuiven met de mededeling dat er een hoop nieuwe grafiet pennen verdwenen zijn! Zij vraagt op strenge toon dat de leerlingen even in hun etui moeten kijken om te zien of dat zij van deze pennen hebben meegenomen. Lerares staat centraal en wacht totdat iedereen dit gecontroleerd heeft.

Het valt mij op dat de klas zich in tweeën heeft verdeeld qua sekse. De jongens zijn beduidend drukker dan de meisjes. Er word wel hard gewerkt en de leerlingen kunnen ook naar eigen inzicht werken, of het instructie boekje raadplegen. Evenzogoed helpt Els als het nodig is en loopt door het lokaal heen om aanwijzingen te geven.

Casus 13: Leerling gebruikt figuur zaag niet goed. Els herinnert hem eraan dat zij een uitleg in de 7de klas hebben gehad en een schriftelijke overhoring. Leerling zwijgt instemmend toe.

De les eindigt nadat alles is opgeruimd en een handje te hebben gegeven aan Els!

Stage dag 5

30-05-2012

13.00 t/m 14.30 (7de klas)

Zoals vorige week mocht ik vandaag meelopen met Els. Tijdens handenarbeid wel te verstaan. Ik was eigenlijk van plan om net als vorige week de les te observeren. Els was het hier niet zo mee eens en wou dat ik een les mee draaide. Zij zei dat het een goede manier is om van mij koud water vrees af te komen, ik stemde hier mee in! Deze actie was niet geheel ondoordacht van Els want ik hoef nog maar een paar keer en wat leer je als alleen theorie kent en geen praktijk?

Els leek het een leuk idee om de extra opdracht door mij te laten afmaken. Triplex klokjes die zij zelf ontworpen hadden, mocht ik afmaken door het klokje te bevestigen maar hoe? Ik stelde deze vraag aan de klas en er kwamen al snel ideeën. De beste vond ik om een gat te boren en hem te bevestigen met een schroef. Dit heb ik met 6 leerlingen gedaan.

Verder ben ik de klas rond gegaan om te vragen of alles goed gaat. Er waren geen echte moeilijkheden. Zoals altijd ruimde zij om dezelfde tijd op. Els vroeg aan het einde van de les of dat ik het goed gedaan had en of zij nog tips hadden? Ik moest meer oefenen! Toen ik reflecteerde merkte ik zelf op dat ik de leerlingen na de opdracht te veel vrij liet en ik geen vervolg opdracht achter de hand had of een samenkomst met het groepje om het werk te bespreken.

14.45 t/m 16.15 (10de klas)

Gerda (stagecoördinator) kwam nog even naar mij toe na de les. Zij had een andere plek voor mij geregeld om een andere manier van les geven te zien. Dit zou zich hebben moeten afspelen bij Sjoerd Voogd alleen wij kwamen tot de ontdekking dat zijn les niet door ging. Wij kwamen hem tegen op de gang en hij vertelde ons dat hij huiswerkbegeleiding moest geven.

Ik ben verder gegaan bij Els en ik mocht opnieuw meehelpen met de les! Nu heb ik de leerlingen geassisteerd met het boren van ijzeren stemschroefjes. Maar eerst heb ik zelf eentje gedaan om te kijken hoe ik dit moest aanpakken. Dit ging goed! Bij de leerlingen ook totdat ik er een alleen liet. De boortjes braken af omdat hij te snel ging of omdat het boortje te heet werd (omdat er 8 van die ijzeren stemschroefjes achter elkaar door boort werden), dit was mij onduidelijk. Ik nam mijzelf dit kwalijk maar Gerda zei dat het niet hoefde omdat zij zelfstandiger zijn dan de vorige klas. Verder ben ik rond gaan vragen per leerling of alles goed ging. Er waren enkele problemen die ik niet kon oplossen en dus heb ik Els gevraagd.

Leerplan:

Advertisements